Ben je een liefhebber van jungle en wildlife? Zet dan Khao Yai National Park maar op je ’to do’ lijst! De jungle van Khao Yai ligt bovendien niet ver van de Thaise hoofdstad Bangkok. Na 180 kilometer en een uur of 3 rijden sta je al bij de ingang van het nationale park. Hoewel er behoorlijk wat mensen afreizen naar deze jungle, zijn dat voornamelijk Thaise toeristen. Een bezoek aan Khao Yai voelt daardoor echt als een unieke ervaring.
Maak een meerdaagse tocht door de wildernis, slaap in de jungle, bezoek prachtige watervallen en sta oog in oog met wilde dieren. Dit zijn onze tips voor een bezoek aan Khao Yai!
Khao Yai is Thailands op twee na grootste nationale park en heeft een oppervlakte van 2168 km2. Voor je beeldvorming: dat is ongeveer net zo groot als provincie Limburg. Het bestaat vooral uit tropisch regenwoud, wat meteen de reden is waarom een hike van een paar kilometer al loodzwaar kan aanvoelen. Wat het park zo uniek maakt is de aanwezigheid van veel wildlife. Je moet natuurlijk altijd een beetje geluk hebben om wilde dieren te spotten, maar de kans is groot dat dit je tijdens een paar dagen in Khao Yai gaat lukken.
Wat je er kunt zien? Olifanten, beren, makaken, gibbons, slangen, spinnen en stekelvarkens bijvoorbeeld. Er leeft ook een kleine populatie tijgers, maar de kans is heel klein dat je die ziet. Onze gids kwam bijvoorbeeld al 20 jaar in het park en had in die tijd ooit 1 keer een pootafdruk van een tijger gezien. De kans dat je makaken, gibbons en olifanten ziet is (gelukkig) een stuk groter.
De jungle van Khao Yai is enorm en je mag, op 1 trail na, niet zonder gids het park in. Dat is natuurlijk niet zonder reden. Verdwalen is hier namelijk gemakkelijk. Daarnaast ziet en weet een gids echt meer dan jij. En kom je onderweg een cobra of ander gevaarlijk dier tegen? Dan weet een gids wat hij moet doen. Je kunt zelf een gids regelen bij het visitor center of er gaat al een gids met je mee op pad vanuit een georganiseerde tour (daarover later meer).
Gidsen weten precies op welk tijdstip dieren actief zijn en op welke plek je ze vaak kunt spotten. En dat is ideaal, want je komt hier natuurlijk ook om wilde dieren te zien. Gibbon families leven op vaste plekken en olifanten komen ook vaak terug naar hun favoriete drinkplaatsen. Met een beetje geluk zie je ook hornbills (neushoornvogels), indrukwekkend grote vliegende reuzen.
Onderschat hiken door de jungle niet. Het is er warm en vochtig en niet bepaald vlak. Maar je wordt wel beloond met een prachtige omgeving en voelt continu de spanning van een eventuele ontmoeting met wildlife. Onze gids werd bijvoorbeeld gewaarschuwd voor een grote cobra onderweg. ‘Helaas’ hebben we deze niet gezien, maar je loopt toch net even wat aandachtiger door de wildernis. Denk dus niet dat je een ontspannen wandeling gaat maken.
In het park vind je verschillende indrukwekkende watervallen. Een ervan is zelfs wereldberoemd geworden dankzij de film The Beach. Hoewel die film zich inderdaad afspeelt op het Thaise eiland Koh Phi Phi, is de Haew Suwat Waterval gebruikt in de film. En ook al springt Leonardo DiCaprio vanaf de waterval 20 meter omlaag, als bezoeker mag je dit niet doen. De grootste waterval van het park is de Haew Narok. Je moet er flink voor klimmen en afdalen om er te komen, maar je klim wordt zeker beloond!
Voordat je in de jungle bent moet je nog wel wat moeite doen. Khao Yai ligt niet ver van Bangkok, toch kom je er niet met het openbaar vervoer. Veel bezoekers overnachten daarom in of rondom Pak Chong, een plek die je met de bus vanuit Bangkok (Mo Chit busstation) of per trein bereikt. Het plaatsje zelf is niet heel bijzonder, maar je hebt er wel een fijne night market en treinstation. De meeste hotels liggen trouwens ver buiten de stad en zien eruit als een soort Disneyland. Mocht dit je afschrikken, je kunt ook in Pak Chong zelf slapen in plaats van in een all-inclusive resort.
Vanuit Pak Chong is het nog zo’n 25 kilometer rijden naar de ingang van het National Park. Daar doe je gerust drie kwartier over trouwens. Vanaf de ingang is het vervolgens nog 11 kilometer naar het visiteer center. Vervoer is dus essentieel om hier te komen. Dat regel je door een eigen auto of scooter te huren of je boekt een georganiseerde tour, dan word je opgehaald bij je hotel.
Wij raden je aan om een georganiseerde tour te boeken door Khao Yai of ter plaatse een gids te huren. Kies je voor de eerste optie, dan vergt het wat regelwerk vooraf. Boek bijvoorbeeld bij Bobby’s Jungle Tours, zij bieden verschillende tours aan.
Wij zijn 2,5 dag de jungle ingegaan, waarvan we 1 nacht in het park zelf hebben geslapen. Dat doe je in een klein koepeltentje op een camping waar de voorzieningen heel basic zijn. Laat je niet afschrikken, want het is wel een bijzondere ervaring en je wordt tijdens zonsopkomst getrakteerd op de geluiden van de ontwakende jungle. Dan neem je die ene nacht afzien in de tent wel voor lief, toch? Wij hadden een heel fijne gids en werden netjes opgehaald bij ons hotel in Pak Chong.
Wil jij deze mooiste roadtrip door Thailand gaan maken? Boek dan nú je reis! Deze tips komen goed van pas.